Kies wat je wilt weten en vul de lengte van de buis en het afschot (of het hoogteverschil) in. Deel 2 en 3, de diameter en de diepte van de bob aan het begin mag je leeg laten.
Inhoudsopgave
-
Wat je op deze pagina kunt doen
-
Waarvoor is deze berekening handig?
-
Zo werkt het
-
Formules en figuren
-
Symbolen en begrippen
-
Handig om vooraf te weten
-
Berekenen met Excel
-
Berekenen met Google Spreadsheets
-
Berekenen met Python
-
De formule in LaTeX en andere wiskundenotaties (om te kopiëren)
-
Zo laat je ChatGPT de berekening doen
-
Kenmerken van DataChef
-
Gerelateerde functies
-
Alle rekenmachines van NumberChef
Wat je op deze pagina kunt doen
- Vul de lengte van de buis en het afschot in (als verhouding zoals 1:100, als percentage of in promille) en zie het hoogteverschil tussen begin en einde van de buis (het verschil in binnenonderkant buis) in mm en cm
- Verandert het afschot of de lengte bij een inspectieput of controleput, vul dan per leidingdeel (maximaal 3) de lengte en het afschot in. Je krijgt het hoogteverschil per deel en in totaal. Vul ook de diepte van de bob aan het begin in, dan zie je ook de diepte bij elke put en aan het einde
- Andersom kun je het hoogteverschil en de lengte van de buis invullen. Dan zie je het werkelijke afschot (1:n, procent en promille) en kun je het vergelijken met een gangbare richtwaarde voor de diameter van de buis (1:50, 1:100 of 1:150 tot 1:200)
- Voor vloeren zoals een douchevloer, balkon of garagevloer (betonvloer) bereken je het hoogteverschil uit de afstand tot de afvoer en het afschot, of het afschot uit de afstand en het hoogteverschil
- Je ziet ook een dwarsdoorsnede van de buis (begin, einde, hoogteverschil en afschot; bij meerdere delen een geknikte lijn langs de putten). Op deze pagina staan ook een eenvoudige uitleg van de formules en formules om te kopiëren voor Excel, Google Spreadsheets en Python
Waarvoor is deze berekening handig?
Leg je een buis van 6 m met afschot 1:100 van de regenput onder de regenpijp naar een put aan de straatkant, dan is het hoogteverschil \(6.000 \div 100 = 60\) mm. Ligt de bob bij de put aan het begin 300 mm onder maaiveld, dan ligt hij aan het einde 360 mm diep. Zo kun je vóór het graven controleren of die diepte voldoende is en of de put aan het einde laag genoeg ligt.
Draait de leiding via een put, vul dan per deel de lengte en het afschot in voor het totale hoogteverschil. Een aansluiting op het openbare riool en de afvoer van vuilwater laat je in Nederland meestal door een erkend installateur doen en vraagt vaak toestemming van de gemeente. Zelf doen beperkt zich tot wat je gemeente toestaat, zoals hemelwater en tuinafvoer op je eigen terrein. Vraag voor het graven een KLIC-melding aan.
Verplaats je de keuken 3 m, dan moet de afvoer onder de vloer 3 m langer worden. Leg je een buis van 50 mm met de richtwaarde 1:50, dan heb je daarvoor \(3.000 \div 50 = 60\) mm extra hoogteverschil nodig. Of die ruimte er is (van de onderkant van de vloer tot de bestaande aansluiting van de afvoer), bepaalt of de verplaatsing lukt.
Is er te weinig ruimte, dan kun je de vloer verhogen, de route inkorten of een dikkere buis nemen met een flauwer afschot (1:100). Dat kun je zelf vergelijken voordat je met een aannemer of installateur praat. De werkelijke diameter en het afschot hangen af van de toestellen en de voorschriften (zoals NEN 3215), dus laat het definitieve plan controleren door een installateur.
Is de afstand van het verste punt van de douchevloer tot de afvoer 1,5 m, dan geeft een afschot van 1:100 (1%) een hoogteverschil van \(1.500 \div 100 = 15\) mm. Een garagevloer van 5 m diep met 2% (1:50) heeft \(5.000 \div 50 = 100\) mm nodig. Dit verval maak je in de dekvloer of de afwerklaag, met de afvoerzijde het laagst.
Vloeren geef je minder afschot dan buizen, omdat je erop loopt en er meubels op zet. Bij 1% blijft op sommige afwerkingen (zoals ruwe tegels) water liggen, en bij 2% voel je het afschot op sommige plekken (waar je een stoel in de douche zet). Kijk dus naar de voorschriften van de fabrikant van de afwerking en naar voorbeelden voordat je kiest.
Meet bij een slecht doorlopende afvoer de hoogte van de bob aan beide uiteinden en deel het verschil door de lengte, dan weet je het werkelijke afschot. Is een buis van 8 m maar 40 mm gezakt, dan is dat \(8.000 \div 40 = 200\), dus 1:200, flauwer dan de richtwaarde 1:100 voor een buis van 75 tot 110 mm. Zit er ergens een deel met negatief hoogteverschil (tegenafschot), dan blijft daar water staan en ontstaat een verstopping.
Ligt het aan het afschot, dan helpt alleen schoonmaken niet voor lang. Een leiding opnieuw leggen kost geld, dus bepaal met deze berekening eerst of het afschot de oorzaak is voordat je een installateur belt.
Voor een tuin die slecht draineert leg je soms een drainagebuis (een geperforeerde buis in split of grind) of een gootelement aan. Bij een afvoer van 10 m is het hoogteverschil 100 mm bij 1:100 en 200 mm bij 1:50. Het uitstroompunt (een regenwaterput, een sloot of een straatkolk) moet dan zoveel lager liggen.
De hoogte van het uitstroompunt kun je vaak niet veranderen, dus bepaal eerst welk afschot je over de lengte tot het uitstroompunt kunt halen en kies dan de route en de diepte. Werk een ingegraven buis af met split of grind en doek om verstopping te voorkomen, en controleer tijdens het werk met een waterpas of paslat en touw dat het afschot nergens omkeert.
“Bij een afschot van 1:100 zakt een buis van 5 m 5 cm” is verhoudingen en evenredigheid in de praktijk. Is de lengte twee keer zo groot, dan is het hoogteverschil twee keer zo groot. Is de noemer van het afschot twee keer zo groot (1:50 → 1:100), dan is het hoogteverschil de helft. Zulke verbanden zie je terug als echte maten op een klus.
Dat procenten, promille en verhoudingen verschillende schrijfwijzen van hetzelfde afschot zijn, is ook een praktijkvoorbeeld van procenten. Kijk eens hoe de “verhoudingen” uit je rekenboek de maten van de buizen onder een huis en in een tuin bepalen.
Formules en figuren
Symbolen en begrippen
Symbolen
| \(h\) | ha | Het hoogteverschil, van “hoogte”: hoeveel lager de bob aan het einde ligt dan aan het begin. Je berekent het met \(h = L \div n\). |
| \(L\) | el | De lengte van de buis (bij een vloer de afstand tot de afvoer), van “lengte”. Het is de horizontale lengte. Bij zo flauwe afschotten mag je het verschil met de lengte langs de buis zelf negeren. |
| \(n\) | en | De noemer als je het afschot schrijft als 1:\(n\): een afschot van 1 op elke \(n\) horizontaal, met \(n = L \div h\) (1:100 is \(n = 100\)). Hoe groter \(n\), hoe flauwer het afschot. |
| \(p\) | pee | Het afschotpercentage, van “procent”. \(p = h \div L \times 100\), hoeveel de buis zakt per 100 horizontaal (1:200 is 0,5%). |
| \(q\) | kuu | Het promille afschot (‰), de letter na \(p\). \(q = h \div L \times 1000\), hoeveel de buis zakt per 1000 horizontaal (1:100 is 10‰). |
| \(H\) | hoofdletter ha | Het totale hoogteverschil over meerdere delen langs putten: de hoogteverschillen van de delen \(h_{1}, h_{2}, h_{3}\) opgeteld, het verschil tussen de bob aan het begin en aan het einde. |
| \(h_{i},\ L_{i},\ n_{i}\) | ha i, el i, en i | Het hoogteverschil, de lengte en de noemer van het afschot van deel \(i\) (1, 2, 3). De kleine \(i\) rechtsonder is een index voor het nummer van het deel. |
| \(D_{0}\) | de nul | De diepte van de bob aan het begin (onder maaiveld), van “diepte” met 0 voor het beginpunt. |
| \(D\) | de | De diepte van de bob aan het einde (onder maaiveld). Je berekent die met \(D = D_{0} + H\). |
| \(\sum\) | sigma | Het somteken, de Griekse letter sigma (de Griekse S, van “som”). \(\sum_{i=1}^{3} h_{i}\) betekent “tel \(h_{1}\) tot en met \(h_{3}\) op”. |
| ‰ | promille | Een eenheid voor duizendsten, een tiende van een procent: 10‰ = 1%. Sommige rioleringstekeningen gebruiken het voor het afschot. |
Begrippen
| afschot | Het lichte verval dat je aan een afvoerbuis, goot of vloer geeft, zodat water vanzelf naar het lage punt stroomt. Het kan als verhouding (1:100), in mm per meter (10 mm/m), als percentage (1%) of in promille (10‰) worden geschreven. Is het te flauw, dan raakt de buis verstopt. Is het veel te steil, dan blijven vaste stoffen achter. Het afschot hoort dus bij de diameter van de buis te passen. |
| hoogteverschil | Hoeveel lager het einde ligt dan het begin, bij een buis, een vloer of de grond (het verval). Bij vloeren zoals een douche, balkon of terras wordt het afschot ook zo aangegeven, vaak in procenten of in cm per meter. |
| afschotverhouding | Een afschot van 1 op elke \(n\) horizontaal schrijf je als 1:\(n\), bijvoorbeeld 1:100 voor een afvoerbuis of 1:12 voor een hellingbaan. Hoe groter \(n\), hoe flauwer, en het hoogteverschil is de lengte gedeeld door \(n\). |
| afschotpercentage | Een afschot uitgedrukt in hoeveel het zakt per 100 horizontaal: hoogteverschil ÷ lengte × 100. 1:100 is 1% en 1:200 is 0,5%. |
| promille | Een eenheid voor duizendsten (‰). Bij een afschot is het hoeveel de buis zakt per 1000 horizontaal. 10‰ is hetzelfde als 1% en 1:100. Je ziet het op sommige riolerings-, weg- en spoortekeningen. |
| bob (binnenonderkant buis) | De binnenonderkant van de buis, de bodem aan de binnenkant van een afvoerbuis. Hoogtes en dieptes van buizen meet je bij de bob, niet bij het midden of de bovenkant. Op rioleringstekeningen is “bob” een vaste term. Het water stroomt over dit vlak. |
| inspectieput (put) | Een put in een afvoerleiding om te kunnen inspecteren en schoonmaken, op een plek waar de leiding van richting of afschot verandert, waar leidingen samenkomen of na een lang stuk leiding. Binnen een gebouw heeft een controleput of een schoonmaakstuk dezelfde taak. De leiding wordt daar in delen verdeeld, dus het afschot reken je per deel. |
| nominale diameter | De standaardmaat van een buis, zoals 40, 50, 75, 110 of 125 mm bij een PVC-afvoerbuis (de buitendiameter). Het minimale afschot hangt af van de diameter. Dunne buizen hebben vaak meer afschot nodig. |
| legdiepte | De diepte van het maaiveld tot de bob van een ingegraven buis. Bij een afschot omlaag komt de buis naar het einde toe dieper te liggen. Ligt hij te ondiep, dan kan hij beschadigen door verkeer of vorst. Zorg dus voor voldoende dekking op die plek. |
| maaiveld | Het afgewerkte grondoppervlak rond het gebouw, het nulpunt voor hoogtes en dieptes. De diepte van een buis geef je ervanaf aan, zoals in “300 mm onder maaiveld”. |
| betonvloer | Een vloer van beton of mortel op de grond, zoals in een garage, schuur, op een oprit of terras. Hij krijgt meestal afschot naar een afvoer of naar buiten (vaak 1 tot 2 cm per meter), zodat regenwater en schoonmaakwater niet blijven staan. |
| tegenafschot | Een afschot de verkeerde kant op, waarbij het einde hoger ligt dan het begin. Een verzakking midden in de buis heet een waterzak. Het water blijft daar staan, de stroming vertraagt en er ontstaat een verstopping. Werkt een bestaande afvoer slecht, controleer dan eerst of een deel de verkeerde kant op loopt. |
| vrijverval | Water laten wegstromen naar een lager punt door alleen het afschot, zonder pomp. Afvoeren in huis werken in principe met vrijverval, dus elk deel heeft afschot omlaag nodig. |
Handig om vooraf te weten
Dit helpt je om de berekening op deze pagina echt te begrijpen, en niet alleen op de knop te drukken.
Kom je er niet uit, dan is het herhalen van deze onderwerpen de snelste weg vooruit.
| Verhoudingen en procenten (groep 7, 10-11 jaar) |
|
| Breuken (groep 6 tot 8, 9-12 jaar) |
|
| Lengtematen omrekenen (groep 5, 8-9 jaar) |
|
| Evenredigheid (groep 8 en klas 1, 11-13 jaar) |
|
| Formules met letters en indices (klas 1 en 2, 12-14 jaar) |
|
Berekenen met Excel
| Lengte van de buis L (mm) | 5000 |
| Noemer van het afschot n (afschot 1:n) | 100 |
| Hoogteverschil h (mm) | =B1/B2 |
| Lengte van de buis L (mm) | 8000 |
| Hoogteverschil h (mm) | 40 |
| Noemer van het afschot n (afschot 1:n) | =B1/B2 |
| Afschotpercentage p (%) | =B2/B1*100 |
| Promille afschot q (‰) | =B2/B1*1000 |
| Lengte van deel 1 L1 (mm) | 4000 |
| Noemer van het afschot van deel 1 n1 | 100 |
| Lengte van deel 2 L2 (mm) | 3000 |
| Noemer van het afschot van deel 2 n2 | 100 |
| Lengte van deel 3 L3 (mm) | 5000 |
| Noemer van het afschot van deel 3 n3 | 50 |
| Totaal hoogteverschil H (mm) | =B1/B2+B3/B4+B5/B6 |
| Diepte van de bob aan het begin D0 (mm) | 300 |
| Totaal hoogteverschil H (mm) | 170 |
| Diepte van de bob aan het einde D (mm) | =B1+B2 |
In de eerste tabel is B3 gelijk aan 50. In de tweede tabel zijn B3 tot en met B5 gelijk aan 200, 0,5 en 5. In de derde tabel is B7 gelijk aan 170 en in de vierde tabel is B3 gelijk aan 470.
Vul de lengte en het hoogteverschil in dezelfde eenheid in (hier mm). Een lengte in meter reken je met 1000 om naar mm (5 m → 5000).
Wil je het afschot in procenten invullen, verander dan de formule in B3 van de eerste tabel in “=B1*B2/100” en vul in B2 het percentage in (voor 1% vul je 1 in).
Berekenen met Google Spreadsheets
| Lengte van de buis L (mm) | 5000 |
| Noemer van het afschot n (afschot 1:n) | 100 |
| Hoogteverschil h (mm) | =B1/B2 |
| Lengte van de buis L (mm) | 8000 |
| Hoogteverschil h (mm) | 40 |
| Noemer van het afschot n (afschot 1:n) | =B1/B2 |
| Afschotpercentage p (%) | =B2/B1*100 |
| Promille afschot q (‰) | =B2/B1*1000 |
| Lengte van deel 1 L1 (mm) | 4000 |
| Noemer van het afschot van deel 1 n1 | 100 |
| Lengte van deel 2 L2 (mm) | 3000 |
| Noemer van het afschot van deel 2 n2 | 100 |
| Lengte van deel 3 L3 (mm) | 5000 |
| Noemer van het afschot van deel 3 n3 | 50 |
| Totaal hoogteverschil H (mm) | =B1/B2+B3/B4+B5/B6 |
| Diepte van de bob aan het begin D0 (mm) | 300 |
| Totaal hoogteverschil H (mm) | 170 |
| Diepte van de bob aan het einde D (mm) | =B1+B2 |
Berekenen met Python
length_mm = 5000 # lengte van de buis L (mm). Voor 5 m: 5000
denominator = 100 # noemer van het afschot n (afschot 1:n)
drop_mm = length_mm / denominator # hoogteverschil h (mm)
percent = 100 / denominator # afschotpercentage (%)
permille = 1000 / denominator # promille afschot (‰)
print(f"Hoogteverschil: {drop_mm:.1f} mm (afschot 1:{denominator} = {percent:.2f} % = {permille:.2f} ‰)")
# Andersom: het werkelijke afschot uit het hoogteverschil en de lengte, vergeleken met de richtwaarde (1:100)
length2_mm = 8000 # lengte van de buis (mm)
drop2_mm = 40 # hoogteverschil dat je kunt krijgen (mm)
actual_n = length2_mm / drop2_mm
guide_n = 100
needed_drop = length2_mm / guide_n
print(f"Werkelijk afschot: 1:{actual_n:.1f} (voor de richtwaarde 1:{guide_n} is {needed_drop:.1f} mm hoogteverschil nodig, verschil {drop2_mm - needed_drop:.1f} mm. Negatief = tekort)")
# Totaal hoogteverschil over meerdere delen langs putten en de diepte van de bob aan het einde
sections = [(4000, 100), (3000, 100), (5000, 50)] # (lengte in mm, noemer van het afschot) per deel
start_depth_mm = 300 # diepte van de bob aan het begin (mm)
total_drop = 0
for i, (section_len, section_n) in enumerate(sections, start=1):
section_drop = section_len / section_n
total_drop += section_drop
print(f"Deel {i}: {section_len} mm / {section_n} = {section_drop:.1f} mm (totaal tot hier {total_drop:.1f} mm, bob op maaiveld-{start_depth_mm + total_drop:.1f} mm)")
print(f"Totaal hoogteverschil: {total_drop:.1f} mm, diepte van de bob aan het einde: maaiveld-{start_depth_mm + total_drop:.1f} mm")
De formule in LaTeX en andere wiskundenotaties (om te kopiëren)
h = L ÷ n
h = \dfrac{L}{n}
<math xmlns="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" display="block">
<mrow>
<mi>h</mi>
<mo>=</mo>
<mfrac><mi>L</mi><mi>n</mi></mfrac>
</mrow>
</math>
h = L / n
L/n
h := L/n;
h = L/n;
h = L/n
n = L ÷ h, p = h ÷ L × 100, q = h ÷ L × 1000
n = \frac{L}{h},\quad p = \frac{h}{L} \times 100,\quad q = \frac{h}{L} \times 1000
<math xmlns="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" display="block">
<mrow>
<mi>n</mi><mo>=</mo><mfrac><mi>L</mi><mi>h</mi></mfrac>
<mo>,</mo>
<mi>p</mi><mo>=</mo><mfrac><mi>h</mi><mi>L</mi></mfrac><mo>×</mo><mn>100</mn>
<mo>,</mo>
<mi>q</mi><mo>=</mo><mfrac><mi>h</mi><mi>L</mi></mfrac><mo>×</mo><mn>1000</mn>
</mrow>
</math>
n = L / h, p = h / L * 100, q = h / L * 1000
{L/h, h/L*100, h/L*1000}
n := L/h; p := h/L*100; q := h/L*1000;
n = L/h; p = h/L*100; q = h/L*1000;
n = L/h, p = h/L × 100, q = h/L × 1000
H = h₁ + h₂ + h₃, hᵢ = Lᵢ ÷ nᵢ
H = \sum_{i=1}^{3} h_{i},\quad h_{i} = \dfrac{L_{i}}{n_{i}}
<math xmlns="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" display="block">
<mrow>
<mi>H</mi><mo>=</mo>
<munderover><mo>∑</mo><mrow><mi>i</mi><mo>=</mo><mn>1</mn></mrow><mn>3</mn></munderover>
<msub><mi>h</mi><mi>i</mi></msub>
<mo>,</mo>
<msub><mi>h</mi><mi>i</mi></msub><mo>=</mo>
<mfrac><msub><mi>L</mi><mi>i</mi></msub><msub><mi>n</mi><mi>i</mi></msub></mfrac>
</mrow>
</math>
H = sum_(i=1)^3 h_i, h_i = L_i / n_i
Sum[L[i]/n[i], {i, 1, 3}]
H := sum(L[i]/n[i], i = 1..3);
H = sum(L ./ n);
H = ∑_(i=1)^3 h_i, h_i = L_i/n_i
D = D₀ + H
D = D_{0} + H
<math xmlns="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" display="block">
<mrow>
<mi>D</mi><mo>=</mo><msub><mi>D</mi><mn>0</mn></msub><mo>+</mo><mi>H</mi>
</mrow>
</math>
D = D_0 + H
D0 + H
Dend := D0 + H;
D = D0 + H;
D = D_0 + H
Zo laat je ChatGPT de berekening doen
Je bent een assistent voor het berekenen van maten bij riolering en terreininrichting. Voer de berekeningen hieronder uit door daadwerkelijk Python-code te draaien en baseer je antwoord alleen op de getallen uit het resultaat (reken niet uit je hoofd en geef geen schattingen). Ik leg een afvoerleiding buiten aan langs 2 putten. Deel 1 is 4 m lang met afschot 1:100, deel 2 is 3 m lang met afschot 1:100 en deel 3 is 5 m lang met afschot 1:50. De bob aan het begin ligt 300 mm onder maaiveld. Bereken de volgende waarden (in mm). 1. Het hoogteverschil per deel (lengte ÷ noemer van het afschot) 2. Het totale hoogteverschil van begin tot einde 3. De diepte van de bob bij put 1, put 2 en aan het einde (diepte aan het begin plus het hoogteverschil tot die plek) 4. Het hoogteverschil als je de hele lengte van 12 m met een gelijk afschot van 1:100 had aangelegd, en het verschil met de diepte aan het einde uit stap 3 Geef de formules die je hebt gebruikt en de getallen uit het resultaat.
Zo werkt het
-
1Vul je getallen inTyp de getallen waarmee je wilt rekenen in de invoervelden
-
2BerekenKlik op de knop “Berekenen”
-
3Bekijk het resultaatHet resultaat verschijnt meteen. Op dezelfde pagina vind je ook de uitwerking van de berekening en de uitleg van de formule
Kenmerken van DataChef
Geen voorkennis nodig – intuïtieve en eenvoudige bediening
Zonder persoonlijke gegevens op te geven
Bestand wordt automatisch verwijderd zodra je op "Downloaden" klikt
Geen bronvermelding vereist
Geen toestemming vooraf nodig